Welke natuursteensoorten zijn er?

Marmer

Kenmerkend voor marmer is de attractieve kleurschakeringen, aders en de kristalstructuur (zoals bij een suikerklontje). De natuursteen marmer komt vooral voor in de kleuren wit of grijs, maar er zijn er ook in het rood of roze. Marmer is ontstaan door een metamorfose (omvorming) van kalksteen. De fossielen die in kalksteen voorkomen zijn in marmer niet meer te herkennen.

Marmer is bestand tegen normale gebruiksbelasting. De glansgraad van marmer moet worden aangepast aan de gebruiks- en onderhoudsintensiteit. In de meeste gevallen voldoet matglans (gezoet marmer) beter dan hoogglans (gepolijst marmer). Ca. 80% van de marmer soorten is vorstbestendig. De natuursteen marmer worden meestal glanzend (gepolijst marmer en gezoet marmer) bewerkt. Het effect van andere bewerkingen (geschuurd marmer, gestraald marmer, gebouchardeerd marmer en gevlamd marmer) is beperkt door de lichte steenkleur van marmer. Bewerkingen hebben invloed op de kleur van de marmeren steen. Het polijsten van marmer geeft de diepste kleurweergave, terwijl een ruwe bewerking de kleur van marmer fletser maakt.

Kalksteen

Kenmerkend bij de kalksteen zijn de attractieve kleurschakeringen, aders en de fossiele resten van planten en dieren. Kalksteen is in een grote diversiteit aan kleuren leverbaar. Veel voorkomende kleuren zijn: crème kalksteen, geel kalksteen, rood en bruin kalksteen, maar ook grijs en zwart kalksteen komen regelmatig voor.

Doordat de eigenschappen van kalksteen overeenkomen met die van de natuursteen marmer, worden ze in de dagelijkse praktijk vaak eenvoudigweg marmer genoemd. De eigenschappen van deze natuursteen, kalksteen, zijn in grote lijnen vergelijkbaar met de eigenschappen van marmer. Kalksteen is bestand tegen normale gebruiksbelasting. De glansgraad van kalksteen moet worden aangepast aan de gebruiks- en onderhoudsintensiteit. In de meeste gevallen voldoet matglans (gezoet kalksteen) beter dan hoogglans (gepolijst kalksteen). Ca. 30% van de kalkstenen is vorstbestendig. Kalksteen wordt meestal glanzend bewerkt (gepolijst kalksteen en gezoet kalksteen). Het effect van andere bewerkingen (geschuurd kalksteen, gestraald kalksteen, gebouchardeerd kalksteen en gevlamd kalksteen) is beperkt door de lichte steenkleur van kalksteen. Bewerkingen hebben invloed op de kleur van de kalksteen. Polijsten van de kalksteen geeft de diepste kleurweergave, terwijl een ruwe bewerking de kleur van kalksteen fletser maakt. Het oppervlak kan op allerlei manieren worden bewerkt, met als resultaat een glanzend (gepolijst kalksteen, gezoet kalksteen), dof (geschuurd kalksteen) of ruw (gestraald kalksteen, gebouchardeerd kalksteen of gevlamd kalksteen) resultaat. Deze bewerkingen hebben invloed op de kleur van de kalksteen.

Leisteen

Leisteen is ontstaan door een metamorfose (omvorming) van kleisteen wat weer uit klei is gevormd. Hierdoor komt leisteen vooral voor in kleuren donkergroen, donkerbruin, donkergrijs en zwart. De leisteen is sterk gelaagd. In de groeve worden schollen leisteen van de natuursteen rots gespleten. Hierdoor ontstaat een natuurlijk splijtoppervlak, dat per leisteen soort varieert van zeer ruw tot vrij glad leisteen. De vorm van de natuursteen schollen (ook wel flagstones of scherven genoemd) is onregelmatig. Vierkante- of rechthoekige leisteen tegels worden uit de schollen gezaagd of geknipt.

Leisteen is bestand tegen normale gebruiksbelastingen. Bij een leisteen vloer treedt slijtage en afschilfering van de bovenste laag van de leisteen soms op, maar door het robuuste uiterlijk en het feit dat onder de afschilfering dezelfde leisteen te voorschijn komt, is het proces in de praktijk niet of nauwelijks gezien. Ook technisch is het geen probleem. Ongeveer 50% van de leistenen is vorstbestendig. De meeste leisteen wordt in een ‘natuurlijk gespleten’ oppervlak geleverd; hoewel meer en meer geschuurde en/of gezoete leisteen gangbaar zijn geworden.

Kwartsiet

Kwartsiet is ontstaan door een metamorfose (omvorming) van zandsteen. Hierdoor komt kwartsiet vooral voor in de kleuren (donker)grijs, crème, geel en rood. De kwartsiet is sterk gelaagd. In de groeve worden schollen natuursteen van de natuursteen rots gespleten. Hierdoor ontstaat een natuurlijk splijtoppervlak, dat per kwartsiet soort varieert van zeer ruw tot vrij glad. De vorm van de natuursteen schollen (ook wel flagstones of scherven genoemd) is onregelmatig. Vierkante- of rechthoekige kwartsiet tegels worden uit de natuursteen schollen gezaagd of geknipt.

Kwartsiet soorten zijn zeer slijtvast en daardoor bestand tegen hoge gebruiksbelastingen. Het grootste gedeelte van de kwartsieten is vorstbestendig. Net als bij leisteen is de meest gangbare afwerking de ‘splijtruwe’. Hoewel ook hier weer geldt dat het oppervlak ook geschuurd, gezoet (matglans) of zelfs wel gepolijst (hoogglans) kan worden.

Graniet

Graniet is te herkennen aan de gespikkelde en gelijkmatige structuur in alle richtingen. De natuursteen soort graniet bestaat vooral uit veldspaat (kristallen) die de graniet zijn kleur geven, zwarte biotiet en kwartskorrels die er uitzien als gelei. Graniet is in vele kleuren leverbaar. Rood- en bruintinten komen veel voor.

Een graniet vloer is zeer slijtvast en daardoor ook bestand tegen hoge gebruiksbelastingen. Een graniet vloer is vorstbestendig en kent een regelmatig uiterlijk. Het granieten oppervlak kan op allerlei manieren worden bewerkt, met als resultaat een glanzend (gepolijst graniet, gezoet graniet), dof (geschuurde graniet) of ruw (gestraalde graniet, gebouchardeerde graniet, gevlamde graniet) resultaat. Deze bewerkingen hebben invloed op de kleur van de graniet. Polijsten geeft de diepste kleurweergave bij graniet, terwijl een ruwe bewerking de kleur van graniet fletser maakt.

Bijzonder graniet

Het uiterlijk lijkt op dat van graniet. Zo heeft het een gespikkeld uiterlijk en ook de hoofdkleuren komen overeen met graniet. Vooral rood-, grijs en bruintinten komen veel voor, naast vele anderen. Daarom is het onderscheid met de graniet moeilijk te maken. Doordat ook de eigenschappen van de graniet overeenkomen, worden ze in de dagelijkse praktijk eenvoudigweg ‘graniet’ genoemd. Hieronder volgen aan aantal bijzondere granieten:

Gabbro

Deze natuursteen heeft een regelmatig uiterlijk en is meestal donkergroen-, donkergrijs of zwart gekleurd.

Doordat de eigenschappen overeenkomen met de granieten worden ze net als deze natuurstenen in de dagelijkse praktijk eenvoudigweg graniet genoemd. Gabbro’s zijn slijtvast, wat ze geschikt maakt voor hoge gebruiksbelastingen. Wat betreft de duurzaamheid van de glans is er een verschil met graniet. Ondanks de genoemde slijtvastheid blijken gepolijste (hoogglans) vloeren die intensief worden belopen, eerder dof te worden. Dat komt doordat deze graniet geen kwarts bevat. Bovendien is dat door de donkere kleur snel waarneembaar. Een intensief belopen vloer dient daarom bij voorkeur een minder glanzend oppervlak te krijgen, bijvoorbeeld een licht gezoet oppervlak (matglans). Voor niet intensief belopen vloeren is een gepolijst oppervlak geen probleem. Ook gabbro’s kunnen weer op allerlei manieren worden bewerkt, met als resultaat een glanzend (gepolijst gabbro, gezoet gabbro), dof (geschuurd gabbro) of ruw (gestraald gabbro, gebouchardeerd gabbro, gevlamd gabbro) resultaat. Deze bewerkingen hebben invloed op de kleur van de natuursteen. Polijsten van de gabbro geeft de diepste kleurweergave, terwijl een ruwe bewerking de kleur van deze natuursteen fletser maakt.

Gneis

Gneis is ontstaan door een metamorfose (omzetting) van één of meerdere andere natuursteen gesteenten, zoals granieten, granietachtigen en/of zandstenen. Hierdoor wordt ook het uiterlijk van de gneis bepaald. Er zijn gneizen met een vrij constant gespikkeld oppervlak, dat lijkt op graniet. Maar er zijn ook gneizen waarin duidelijk te zien is dat er natuursteen gesteenten door elkaar heen zijn ‘geroerd’ tijdens de vorming. Deze vertonen een onregelmatige waaiering van kleuren. Gneis is in een groot aantal kleuren leverbaar. Vooral rood-, bruin- en grijstinten komen veel voor.

Doordat de eigenschappen overeenkomen met de granietachtigen, worden ze net als deze natuursteen in de dagelijkse praktijk eenvoudigweg graniet genoemd. Gneizen zijn slijtvast, wat ze geschikt maakt voor hoge gebruiksbelastingen. Wat betreft de duurzaamheid van de glans is er een verschil met graniet. Ondanks de genoemde slijtvastheid blijken gepolijste (hoogglans) vloeren die intensief worden belopen, eerder dof te worden. Dat komt doordat deze natuursteen geen kwarts bevat. Bovendien is dat door de donkere kleur snel waarneembaar. Een intensief belopen natuursteen vloer dient daarom bij voorkeur een minder glanzend oppervlak te krijgen, bijvoorbeeld een licht gezoet oppervlak (matglans). Voor niet intensief belopen natuursteen vloeren is een gepolijst oppervlak geen probleem. Ook gneizen kunnen weer op allerlei manieren worden bewerkt, met als resultaat een glanzend (gepolijst, gezoet), dof (geschuurd) of ruw (gestraald, gebouchardeerd, gevlamd) resultaat. Deze bewerkingen hebben invloed op de kleur van de natuursteen. Polijsten van de gneis geeft de diepste kleurweergave, terwijl een ruwe bewerking de kleur van gneis fletser maakt.

Kalkzandsteen en zandsteen

Het Arbobesluit verbiedt het bewerken, verwerken en de handel in zandsteen. Bij het bewerken van zandsteen komt namelijk zeer fijn kwartsstof vrij dat de longziekte silicose kan veroorzaken. Dit verbod geldt niet voor andere kwartshoudende natuursteen, zoals graniet en kwartsiet. En dus ook niet voor sommige zandhoudende kalkstenen (kalkzandsteen), die voor zandsteen worden aangezien.

Kalkzandsteen en zandsteen is ontstaan door een metamorfose (omvorming) van zand en komt vooral voor in de kleuren wit, crème, geel en rood. Afhankelijk van het type natuursteen is het uiterlijk regelmatig of gevarieerd. Kalkzandsteen en zandsteen is bestand tegen normale gebruiksbelastingen en vorstbestendig. De meeste niet glanzende bewerkingen zijn gangbaar, hoewel sommige soorten zandsteen ook kunnen worden gezoet (matglans).