Hoe ziet het met de afwerkvloer of dekvloer?

De afwerkvloer wordt gevormd door alles wat zich boven de constructievloer bevindt. In deze vloer worden meestal ook de nodige leidingen opgenomen zoals (vloer)verwarming, electra, enz.. De uiteindelijke tegelvloer vormt ook een onderdeel van de afwerkvloer. Nu zijn er nogal wat verschillende mogelijkheden die we in de praktijk tegenkomen. Hieronder volgt een opsomming van de meest voorkomende:

  • In de nieuwbouw zal in veel gevallen door de bouwkundig aannemer enkel de constructievloer worden opgeleverd; de volledige afwerkvloer met alles wat erin hoort, wordt dan door de opdrachtgever gerealiseerd.
  • Vervolgens komt het ook wel voor dat de aannemer ook de vloerverwarming aanbrengt en deze vervolgens ‘afsmeert’ met een zogenaamde dekvloer. Het is dan de bedoeling dat de tegelvloer op deze vloer wordt aangebracht.
  • Een variant op bovengenoemd voorbeeld is dezelfde vloer maar dan zonder vloerverwarming. Wanneer de opdrachtgever een vloerverwarming wil zal deze alsnog moeten worden aangebracht door middel van het infrezen van de leidingen van de vloerverwarming in de aanwezige dekvloer, vervolgens zal de stenen vloer worden aangebracht.
  • In bestaande bouw zal in veel gevallen de dekvloer aanwezig zijn, al dan niet voorzien van een bepaalde afwerking en/of een vloerverwarming.

Eigenlijk verschilt alleen de eerste principieel ten opzichte van de overige drie. Alleen in dat geval namelijk dient de dekvloer nog te worden aangebracht; er is dan veel meer keus in de wijze waarop deze wordt uitgevoerd. Wanneer de dekvloer al aanwezig is (de overige drie opties) rest niet anders dan door te bouwen op de aanwezige dekvloer. Tenzij er gekozen moet worden voor een wel erg rigoureuze methode: namelijk het verwijderen van de bestaande dekvloer met alles wat daarin zit (en met alle kansen op schade van dien). Grosse Mode zal alleen in die gevallen waarin ernstige twijfels over de kwaliteit van de dekvloer heersen voor slopen van de aanwezige dekvloer worden gekozen. Of wanneer bijvoorbeeld de gekozen natuursteen vloer alleen in een wisselende dikte kan worden geleverd; dan zullen de dikteverschillen van deze natuursteen vloer in het speciepakket moeten kunnen worden weggewerkt.

Hieronder volgen (in grote lijnen) wat aandachtspunten. Om de informatie niet al te complex te maken volgt daaronder nog een apart onderdeel ‘vloerverwarming‘:

Dekvloer nog niet aanwezig

Het ligt dan voor de hand de natuursteen vloer of de keramische tegel direct in een zand cement mortel te plaatsen. In de zand cement mortel kunnen dan de noodzakelijke leidingen (waaronder de vloerverwarming) worden weggewerkt. De dikte van de zandcement mortel kan dan worden afgestemd op de aanwezige bouwhoogte. Afhankelijk van de onderliggende constructievloer wordt gekozen voor een ‘losliggende’ zand cement mortel of voor het ‘hechtend’ aanbrengen van de zand cement mortel. Het direct in de zand cement mortel plaatsen van de stenen vloer is niet mogelijk wanneer gekozen wordt voor een (wat vettige) leisteensoort (natuursteen) of bij het toepassen van de meeste keramische vloertegels. In beide gevallen dient eerst een dekvloer te worden aangebracht, waarna de tegelvloer wordt ‘verlijmd’ (met behulp van tegellijm) of ‘vermetseld’ (met behulp van een hechtende egalisatiemortel).

Dekvloer wel aanwezig

Wanneer de dekvloer wel aanwezig is zal afhankelijk van de uitvoering van de dekvloer de verdere detaillering gekozen worden. Bij een calsium sulfaat gebonden dekvloer zal er verder moeten worden gewerkt met een lijm; bij een cementgebonden dekvloer kan ook worden verder gewerkt met een cementgeboden egalisatiemortel. De keuze tussen lijm of egalisatiemortel is van veel factoren afhankelijk. De meeste ruwere materialen en ook de materialen die met een wat grotere voeg worden gelegd (4 – 5 mm) zullen worden verlijmd; de andere materialen zullen meestal in een egalisatiemortel worden geplaatst.